De temperaturen gaan al enkele dagen in stijgende lijn en deze week zouden we zelfs 28 graden halen. Voor de mens natuurlijk erg goed nieuws maar voor paarden iets minder. Paarden kunnen immers minder goed tegen de warmte dan mensen. Paarden hebben het van nature moeilijker om de warmte in hun lichaam kwijt te raken. We geven dan ook graag enkele tips om je paard ook bij warmer weer koel te houden!

In de eerste plaats is het belangrijk dat je paarden over voldoende plekken met schaduw beschikken als ze in de weide staan. Als er niet voldoende schaduw is, is het beter om je paard tijdens de warmste uren van de dag op stal te zetten waar het meestal toch iets koeler is.

Je kan je paard ook afkoelen door hem af te spoelen. Belangrijk punt hierbij is echter dat je geen ijskoud water mag gebruiken. Ijskoud water zorgt er immers voor dat de bloedvaten van je paard krimpen waardoor hij het nog warmer zal krijgen. Opteer daarom eerder voor lauw water. Het is ook belangrijk dat je het water daarna van zijn vacht haalt met een zweetmes. Herhaal dit proces tot je paard weer koel aanvoelt. Zet een nat paard ook niet terug in de zon, de waterlaag zal dan enorm opwarmen voor hij verdampt.

Behalve schaduw is ook onbeperkt vers water erg belangrijk. Door veel water te drinken, zullen paarden ervoor zorgen dat hun lichaamstemperatuur onder controle blijft. Zorg er ook voor dat de drinkbakken proper zijn en het water vers.

Je wilt graag een eigen piste maar weet niet goed hoe eraan te beginnen? Je wil een piste die helemaal beantwoordt aan de behoefte van jezelf als ruiter en je paard? Ons team staat altijd voor je klaar voor vrijblijvend advies! In de tussentijd geven we je echter al graag enkele aandachtspunten mee.

In de eerste plaats is de locatie erg belangrijk. Ligt je piste in het groen tussen verschillende bomen en hagen of eerder op een open vlakte? Bomen en hagen geven wel beschutting tegen de wind maar je moet er rekening mee houden dat dit een invloed zal hebben op je piste. Het is ook belangrijk om te weten op wat voor ondergrond je je piste wil aanleggen. In principe kan een piste op bijna elke ondergrond geplaatst worden maar de bodem speelt hierbij een belangrijke rol. Een bodem met veel stenen of leemgrond vraagt een andere aanpak dat een piste op vlakke zandgrond.

Het is ook belangrijk om erover na te denken hoe groot je wilt dat je piste wordt. Vaak wordt er voor 20 x 40 gekozen als het om een piste voor privégebruik gaat hoewel een 20 x 60 poste ook regelmatig gekozen wordt. Een professionele piste moet natuurlijk groter zijn. Daarom is het van belang dat je op voorhand nadenkt en aangeeft waarvoor je de piste precies zal gebruiken. Als jij de enige persoon bent die de piste zal gebruiken, is het natuurlijk niet nodig om een piste van 35 x 70 te bouwen. Als je regelmatig met meerdere personen in de piste rijdt, zal een grotere afmeting wel de juiste keuze zijn.

Een derde belangrijk punt is de onderlaag en de drainage. De onderbouw van je piste is van groot belang, anders zal de toplaag ook nooit goed zijn. De drainage lijkt misschien in eerste instantie niet van het grootste belang maar je wil natuurlijk niet dat er water op je piste blijft staan als het enkele dagen geregend heeft.

Deze drie factoren zijn slechts een fractie van wat er van belang is. Neem daarom zeker contact met ons op als je graag een piste laat aanleggen. We zoeken met jou graag naar de perfecte oplossing!

Veulenseizoen, ons favoriete seizoen van het jaar. Elke paardenliefhebber wordt vrolijk van enkele pasgeboren veulens in de weide en dat is ook voor ons niet anders. Uit onderzoek blijkt nu ook dat veulens die op jonge leeftijd vaak op weide staan, op latere leeftijd minder kans hebben op blessures. Hoe dat komt? Wij zochten het voor je uit!

Het is erg belangrijk dat een veulen vrij kan bewegen, aangezien het geboren is met een niet-functioneel aangepast beengewricht. De aanpassing van het kraakbeen (dat bij het gewricht zit) gebeurt enkel en alleen door bewegen. Door meer beweging wordt de functionele aanpassing van het kraakbeen alleen maar beter. Er komen meer vezels in het kraakbeen bij veulens die meer beweging krijgen.

Uit onderzoek blijkt dat veulens die bestemd zijn voor de sport de minste kans lopen op peesblessures wanneer zij tijdens hun eerste levensmaanden 24 uur per dag in de wei lopen. Belangrijke opmerking hierbij is wel dat de merrie en het veulen over een droge en beschutte plaats moeten kunnen beschikken. Daarnaast zal het veulen ook zijn motoriek ontwikkelen als hij vrij in de weide kan spelen en bewegen. Hoe meer ze op jonge leeftijd bewegen, hoe beter de pezen van het veulen ontwikkelen.

Als het weer het toelaat, kan je het veulen dus best zo snel mogelijk op weide zetten eenmaal het geboren is. Het zal zijn latere sportcarrière zeker ten goede komen!

Over de ‘ideale hoogte’ van het gras in een paardenwei, is waarschijnlijk al veel inkt gevloeid. De ene beweert dat lang gras beter is voor de gezondheid  van je paard, de ander zweert dan weer bij kort gras. Zie jij door de grassprietjes het weiland niet meer? Wij scheppen graag wat meer duidelijkheid!

Ten eerste is het erg logisch dat je paard op een weide met lang gras, meer zal eten dat op een weide met kort gras. Hoe meer gras een paard kan eten, hoe groter de kans op overgewicht. Maar naast de hoeveelheid gras die je paard eet, speelt er ook een andere factor een belangrijke rol: het suikergehalte van het gras. Hoe meer suikers in het gras, hoe groter immers de kans op overgewicht. De lengte van je gras heeft niet per se een invloed op het suikergehalte. De seizoenen, het grasmengsel en de bemesting van de weide zijn eerder doorslaggevende factoren.

Kort gras

Vaak wordt verondersteld dat kort gras beter is voor je paard omdat je paard dan minder gras kan eten. Op zich klopt die redenering maar ook het suikergehalte van het gras speel een belangrijke rol. Zo zal kort gras met een hoog suikergehalte meer calorieën bevatten dan lang, uitgebloeid gras. Gras dat in de lente groeit, zal dus ook meer calorieën bevatten dan gras in de herfst.

Lang gras

Hoe langer het gras is, hoe meer stengel het zal bevatten en hoe minder blad. De stengels zijn niet de grootste calorie-aanbieders, dat is het blad. Lang, uitgebloeid gras zal dus minder calorieën bevatten dan kort gras met veel blad. Uitgebloeid gras zal ook minder suiker bevatten dan vers voorjaarsgras. Lang, uitgebloeid gras is dus vooral aan te raden voor paarden die gevoelig zijn voor overgewicht en suikers. Belangrijk is wel dat je de hoeveelheid gras die je paard eet, in het oog houdt. Een paard dat te veel eet, zal sneller koliek ontwikkelen, ongeacht of het hier om gras met veel of weinig suiker gaat.

 

De Corona-crisis heeft ervoor gezorgd dat we op een andere manier aan ‘horse-management’ doen. Het overgrote deel van de paarden staat nu meer op weide dan anders. Maar hoe kan je als eigenaar je weide in goede conditie houden? We geven je graag enkele tips!

Nu je paard meer op weide staat, zal het niet gemakkelijk zijn om de grasmat in goede conditie te houden. Een eerste mogelijkheid is dat je de weidegang van het paard beperkt. Het kan momenteel erg aanlokkelijk zijn om je paard 24/24, 7/7 buiten te zetten maar dat is meestal geen goed idee. Een paard dat normaal niet dag in, dag uit op weide staat, laat je best geen hele dagen buiten staan. Hierdoor zou je paard zich kunnen ‘overeten’ wat mogelijk in koliek of andere gezondheidsklachten zou kunnen resulteren. Het is in dit geval aangewezen om je paard enkele uren per dag op weide te zetten en hem de rest van de dag op stal te laten doorbrengen. Als er veel, rijk gras in de weide staat, volstaat een periode van twee à drie uur al om in je paard zijn energiebehoeftes te voorzien. Als je weide minder ‘goed voorzien’ is, kan je het paard iets langer op weide laten staan.

Een andere mogelijkheid is dat je de ruimte in de weide beperkt. Dit kan door een schrikdraadje te spannen en je weide zo in verschillende delen te verdelen. Na een paar dagen verzet je de schrikdraad, waardoor je paard op een ander deel van het weiland kan grazen. Op die manier voorkom je dat je weide op een bepaald moment helemaal ‘kaal’ gegeten zal zijn en geef je bepaalde delen van de weide de kans om te groeien. Dit terwijl je paard wel nog kan grazen op andere delen van de weide.

Een laatste mogelijkheid is dat je je paard een ‘graasmasker‘ laat dragen. Op die manier beperk je de voeropname met 50 tot 80%. Je zorgt er zo ook voor dat je paard langer buiten kan staan zonder dat de kwaliteit van je weiland hieraan inboet. Het nadeel is uiteraard dat dit een masker blijft en dat sommige paarden er alles aan doen om dit af te krijgen. Als je paard nog nooit eerder een grasmasker droeg, is het dan ook aangewezen om de eerste keren toezicht te houden. Je mag het paard het masker ook maar enkele uren per dag laten dragen. Dit systeem is vooral aan te raden voor paarden met obesitas, chronische hoefbevangenheid of insulineresistentie.

 

 

Het aanbod aan omheiningen heeft de laatste jaren een exponentiële groei gekend onder invloed van de professionalisering van de sport. Maar kies je best voor een elektrische of een houten omheining? Wij geven advies.

Veel paardeneigenaars zien door het aanbod aan omheiningen het spreekwoordelijke bos niet meer. Een eerste keuze die zich opdringt is die tussen een houten en elektrische omheining. Er wordt nog vaak voor een elektrische omheining gekozen omdat deze goedkoper is, maar dat is niet altijd de beste oplossing.

In de eerste plaats is het risico op ontsnapping uit een weide met een elektrische omheining sowieso groter dan uit eentje met een houten weide. Een elektrische omheining is minder zichtbaar waardoor je paard sneller de neiging zal hebben om te ontsnappen. Hierdoor vergroot het kans op verwondingen bij je paard, zeker als de draden los hangen. Bovendien zal een paard in paniek sneller de neiging hebben om te stoppen voor een houten omheining dan voor een elektrische, wat de veiligheid van je paard ten goede komt.

Daarnaast is een elektrische omheining niet altijd even betrouwbaar. Het gebeurt vaak dat er geen stroom op de draden staat, waardoor bovengenoemd risico op ontsnapping toeneemt. Paarden vinden deze pijnpunten meestal snel. Dit kan bij een houten omheining niet gebeuren.

Ten slotte vraag een houten omheining veel minder onderhoud dan een elektrische. Een houten omheining is veel duurzamer en zal dus langer meegaan. Een laatste voordeel is dat dit type omheining beter bestand is tegen vandalisme en eventuele diefstal. Het is voor mensen met slechte bedoelingen makkelijk om een elektrische omheining te omzeilen of vandaliseren, een houten omheining biedt veel meer weerstand.

Toch kan elektriciteit ook in een houten omheining gebruikt worden en dat is wat ons betreft de ideale oplossing. Door elektriciteit met hout te combineren, zullen paarden minder de neiging hebben om aan de balken te knabbelen of om tegen het hout aan te schuren. Een elektrische draad of een lint op een bepaalde hoogte blijkt al genoeg om paarden tegen te houden.

Ontdek onze mogelijkheden & omheiningen

In eerste instantie lijkt het misschien een vreemd gegeven maar ook een paard kan lijden aan hooikoorts en pollenallergie. Het mooie weer van de afgelopen dagen en weken heeft ervoor gezorgd dat bomen weer volop in bloei staan en daardoor kunnen dus niet enkel mensen maar ook paarden irritatie ondervinden. Maar hoe herken je de symptomen en wat kan je eraan doen?

Symptomen

“Paarden kunnen zeker en vast ook last hebben van hooikoorts. De prikkeling van stuifmeel veroorzaakt in dat geval, net als bij mensen, een bepaalde vorm van irritatie. De eerste symptomen zullen in het voorjaar optreden wanneer de bloemen in bloei staan. De paarden beginnen te hoesten, hebben ademhalingsmoeilijkheden of krijgen een loopneus. De symptomen worden vaak erger als de paarden op weide staan, in de stal zie je een opmerkelijke verbetering”, aldus dierenarts Annette van Weezel.

“De oorzaak van hooikoorts bij paarden is nog niet achterhaald maar vast staat wel dat er een erfelijke factor meespeelt. Typisch bij paarden is ook dat paarden niet gevoelig zijn voor specifieke pollen op kruiden, wat bij mensen wel het geval is. Bij paarden zal deze gevoeligheid zich tegenover zeer veel verschillende pollen en kruiden manifesteren”.

Remedies

In de eerste plaats is voeding belangrijk. Voeding rijk aan selenium en zink zorgen ervoor dat het immuunsysteem van je paard een boost krijgt. Hierdoor zal je paard minder heftig reageren op pollen. De beste remedie is echter logisch: je paard weghouden van pollen. Door je paard op momenten dat er veel pollen zijn, op stal te houden, zal je de irritatie tot een minimum beperken. Eventueel kan je een neusnetje aan het halster van je paard bevestigen om contact met de pollen te verminderen. Als je merkt dat je paard last blijft hebben, kan je best contact opnemen met een dierenarts.

Laten we eerlijk zijn: na een herfst en winter vol regen, verschillende stormen en grijs weer het algemeen, was iedereen helemaal klaar voor het begin van de lente. Helaas stak het Coronavirus hier een stokje voor. De eerste buitenconcours op de planning maakten plaats voor het leven in quarantaine.

Gisteren kondigde de Belgische overheid in een nieuwe maatregel aan dat recreatief paardrijden helemaal verboden wordt. Concreet betekent dit dat buitenritten verboden zijn en dat ook veel maneges en pensionstallen (voorlopig) de deuren sluiten. Het gevolg hiervan is dat verschillende paarden een groot deel van hun tijd nu op weide zullen doorbrengen om toch enige vorm van beweging te krijgen. Maar, is jouw weide hier al helemaal klaar voor? Hieronder een kleine checklist.

  • Er liggen geen takken of andere voorwerpen meer in de weide

Het stormachtige weer van de voorbije maanden kan ervoor gezorgd hebben dat er verschillende takken of andere voorwerpen in de weides gewaaid zijn. Wandel zelf eens door de wei en ga na of er geen voorwerpen of takken meer liggen waaraan je paard zich zou kunnen verwonden.

  • Controle op onkruid of giftige planten

Ga na of er geen onkruid of giftige planten (oa. jakobskruiskruid en vingerhoedskruid) meer in de wei groeien. Als er voldoende gras in de weide staat, zullen paarden normaal gezien niet van dit onkruid of deze giftige planten eten maar je kan beter het zekere voor het onzekere nemen.

  • Is de omheining nog in orde?

Als je paard op weide staat, is het uiteraard belangrijk dat de omheining in orde is. Controleer of de omheining nog overal intact is en of er eventueel palen los staan of planken uitsteken waaraan je paard zich zou kunnen verwonden. Als je omheining aan vervanging toe is, kan je hier wat meer informatie over onze omheiningen terugvinden. We helpen je graag verder om een geschikte oplossing te zoeken.

  • Laat je paard langzaam aan de weidegang wennen

Iedere paardenliefhebber weet dat onze dieren een vrij complex en gevoelig spijsverteringssysteem hebben. Hoe groot de verleiding nu ook is om onze paarden de hele dag op weide te zetten, dit is niet aan te raden als je paard dit niet gewoon is. Een paard dat heel de winter op stal heeft gestaan, kan je best aan de weidegang “laten wennen” door hem eerst een half uurtje per dag op de weide te zetten en zo geleidelijk op te bouwen.

Met deze tips in het achterhoofd, kan je paard veilig de wei op en krijgt hij in Coronatijden toch de nodige beweging. Op die manier kan hij alsnog helemaal uitgerust en in goede conditie aan het buitenseizoen beginnen. 

Het is een veelvoorkomende vraag… moet ik een bouwaanvraag indienen voor het aanleggen van een paardenpiste? Voor de aanleg van een buitenpiste is een bouwvergunning vereist van zodra er een aanmerkelijke reliëfwijziging mee gepaard gaat. Wanneer dit het geval is, volstaat het dus niet om enkel een melding aan de gemeente te doen.

Aanmerkelijke reliëfswijziging

Telkens een aanmerkelijke reliëfwijziging wordt uitgevoerd, is een bouwvergunning vereist, ongeacht de benaming van wat gerealiseerd wordt: paddock of buitenpiste.

Het uitgraven en opnieuw opvullen wordt beschouwd als een reliëfwijziging. Wat als “aanmerkelijke” reliëfwijziging wordt beschouwd is niet duidelijk. Het is ook niet duidelijk of buitenpistes waarvan de reliëfwijziging NIET “aanmerkelijk” is, vergunningsplichtig zijn. Het wegnemen van de graszoden, een tiental cm uitgraven en weer opvullen met zand, houdt in principe zelfs géén reliëfwijziging in…

Als aanmerkelijke reliëfwijziging wordt onder meer beschouwd: “elke aanvulling, ophoging, uitgraving of uitdieping die de aard of functie van het terrein wijzigt“. Enkele voorbeelden van reliëfwijzigingen waarbij de aard of functie van het terrein wijzigen, zijn het afgraven van een 10 centimeter dikke humuslaag in natuurgebied of het aanleggen van parkeerplaatsen op een weiland in landbouwgebied door het ophogen met steenslag. Deze werken zijn vergunningsplichtig van zodra de reliëfwijziging aanmerkelijk is. Zoals gesteld is niet duidelijk wat dit inhoudt. Ook als de aard of functie van het terrein dezelfde blijft, kan een reliëfwijziging aanmerkelijk zijn, omwille van zijn omvang. Reeds jarenlang wordt hiervoor meestal het criterium van 50 centimeter gehanteerd, ook al staat dit niet letterlijk in de regelgeving. Is de ophoging of uitgraving groter, dan is doorgaans een vergunning vereist.

In ieder geval zijn buitenpistes vergunningsplichtig wanneer ze gepaard gaan met het plaatsen van verlichting, afsluitingen en andere vergunningsplichtige werken.

Opgelet: Door de stedenbouwkundige inspectie wordt er (afhankelijk van de provincie) zwaar getild aan buitenpistes die niet vergund zijn en worden er PV’s opgesteld.

Zelfs als er geen vergunning nodig is, moet men nog altijd zorgen dat de reliëfwijziging niet in strijd is met de bepalingen van het burgerlijk wetboek. In artikel 640 is namelijk het volgende vastgelegd:

“Lager gelegen erven zijn gehouden jegens de hoger liggende, het water te ontvangen dat daarvan buiten ’s mensen toedoen natuurlijk afloopt. De eigenaar van het lager gelegen erf mag geen dijk opwerpen waardoor de afloop verhinderd wordt. De eigenaar van het hoger gelegen erf mag niets doen waardoor de erfdienstbaarheid van het lager gelegen erf verzwaard wordt”.

Ook moet men opletten voor bijzondere regels. Zo staat in sommige verkavelingsvergunningen vermeld dat geen enkele reliëfwijziging is toegelaten.

Driepartijenoverleg

Voor concrete vragen over uw dossier dient u zich te wenden tot de voor ruimtelijke ordening bevoegde administratie binnen uw gemeente.
Om een bouwvergunning aan te vragen, dient u zich eveneens te wenden tot uw gemeentediensten. De gemeente zal vervolgens al naargelang de locatie en zone waarvoor u de aanvraag indient, adviezen moeten inwinnen bij bepaalde instanties. Deze adviezen worden meestal gevolgd maar de gemeente is dat niet steeds verplicht.

Het is aangewezen een voorafgaand verkennend gesprek te voeren met de administraties die bij de bouwaanvraag zullen moeten tussenkomen. Meestal zijn dit:

  • de bevoegde personen van de gemeente
  • desgevallend RWO
  • wanneer het een project in landbouwzone betreft, ook de Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling (ADLO)

Conclusie

De beslissing wordt uiteindelijk door de gemeente genomen. Wij wijzen op het belang van een goed onderbouwd en gemotiveerd dossier.
Wij raden in ieder geval aan om toch een vergunning aan te vragen bij de gemeente om zeker te zijn dat er achteraf geen problemen komen.

 

bron: Paardenpunt.